Duiken Praktisch

Briefing

Jammer genoeg zijn er nog steeds heel wat duikers die ervan uitgaan dat een briefing voor de duik een overbodig iets is. Dat is jammer want deze briefing is de gelegenheid om even een aantal zaken op een rijtje te zetten voordat je in het water gaat. Eenmaal je beneden bent is het immers heel wat moeilijker om te overleggen wat je gaat doen in een bepaalde situatie.

Tijdens de briefing dient ondermeer besproken te worden welke regels tijdens de duik dienen nageleefd te worden (vb. max diepte, duikduur, plaats van de duikers in de ploeg, …) en hoe er gereageerd zal worden op bepaalde situaties. De briefing dient dan ook steeds aangepast te zijn aan de omstandigheden van de duik.

Hieronder geven we alvast enkele tips voor een goede briefing:

Veiligheid

  • is er zuurstof aanwezig en waar bevindt deze zich
  • plaats van het dichtstbijzijnde hospitaal
  • plaats van het dichtstbijzijnde caisson
  • noodnummer 112 en plaats van de gsm
  • is er een EHBO set voorzien
  • is een AED in de omgeving
  • oppervlakteveiligheid?

Duikprofiel

  • beschrijving van de duikplaats
  • inkadering van de max. duikdiepte en duiktijd
  • beschrijving van de duikroute en het duikprofiel
  • bespreking van de decompressiewijze (vergelijking computers, back-up)
  • aanduiden van de plaats van de buddy’s
  • herhaling van de belangrijkste duiktekens en procedures (duik beëindigen bij reserve, …)

Buddycheck

  • Aan de auto
    • controle van de flesdruk (check of de fles openstaat)
    • controleren of iedereen al zijn materiaal bij heeft
    • melden vertrek aan de oppervlaktebeveiliging
  • Aan de waterkant
    • herhaling max. diepte en tijd
    • controle werking jacket (effectief een beetje laten inblazen)
    • kompas instellen in een veilige terugkeerrichting
    • laat een buddy de verliesprocedure uitleggen

Duikplanning

Je kan natuurlijk altijd in het water springen en hopen dat alles goed afloopt. Wil je toch een beetje meer zekerheid op een goede afloop dat een is een goede en uitgebreide planning vooraf een absolute noodzaak.

Jammer genoeg moeten we vaststellen dat vele duikers nalaten eerst een goed plan op te stellen. Nochtans hoeft dit niet veel tijd te kosten en kan je het duikplan perfect gebruiken voor je briefing.

Een goed duikplan bestaat uit minstens een aantal basiselementen die we hierna even voor je op een rij zetten. Het staat je natuurlijk altijd vrij om hier nog elementen aan toe te voegen in functie van de omstandigheden.

  1. Tijdstip te water:
    Bepaal het tijdstip dat je te water gaat. Zeker in stromend water is het belangrijk dat je dit tijdstip aan de hand van de getijdentabellen zorgvuldig bepaald. Zorg dat je op tijd aanwezig bent zodat er voldoende tijd is voor de briefing, het klaarmaken van het materiaal, …
  2. Oriëntatie / parcours
    Hier bepaal je waar je onder water heen wil. Dit kan gaan van een algemene kompasrichting of bestemming tot een gedetailleerd parcours op een schets van de duikplaats.
  3. Daalsnelheid:
    Het wordt aangeraden zo snel mogelijk af te dalen naar de grootst geplande diepte. Liefst is de daalsnelheid groter dan de stijgsnelheid. Hoe dan ook ga je in het begin van de duik naar de grootste diepte en niet omgekeerd.
  4. Maximum diepte:
    Plan zorgvuldig je maximum diepte en hou hier zeker rekening met de beperkingen binnen je duikploeg en de gebruikte ademmengsels. De maximale diepte wordt tijdens de duik onder geen enkele voorwaarde overschreden. Gaat iemand toch de maximale diepte voorbij dan mag je er van uit gaan dat er iets ernstig mis is en tracht je de situatie zo snel mogelijk te herstellen. Hou er rekening mee dat je decompressieverplichtingen kunnen wijzigen als je de maximale diepte overschreden hebt.
  5. Bodemtijd:
    Dit is de tijd die je van plan bent onder water door te brengen met uitzondering van de decompressiefase. Na het verstrijken van de bodemtijd is je duik dus nog niet gedaan maar ga je over in de decompressiefase. Denk er aan, hoe langer je bodem, hoe langer je decompressiefase zal duren.
  6. Stijgsnelheid:
    De stijgsnelheid zal nooit meer dan 10m / min bedragen. Dit is eenvoudig te controleren aan de hele kleine luchtbelletjes die met je mee stijgen. De allerkleinste belletjes (+/- 1mm in doorsnee) gaan aan de juiste snelheid omhoog. Zie je veel grotere bellen rondom je dan weet je dat je te snel aan het stijgen bent.
  7. Deepstops:
    Dit is een bijkomende veiligheidsstop die je op grotere diepte maakt en die er voor zorgt dat heel veel microbelletjes via de longen je lichaam kunnen verlaten. De vermindert de kans op een decompressieongeval aanzienlijk met het maken van deepstops. Zo’n deepstop duurt gemiddeld zo’n 1 à 2 minuten op halve diepte + halve trapdiepte.
  8. Decompressiestops:
    Op een diepte van 12m stop je even en controleer je nog eens alle duikcomputers binnen je ploeg om er zeker van te zijn dat er verder gestegen mag worden. Je kan hier als extra veiligheid nog een bijkomende stop voorzien van 5 minuten (bv. onverwachte krachtinspanning geleverd, …). Vanaf deze diepte stijg je dan langzaam verder naar je eerste decompressietrap en voer je de decompressiestops nauwgezet uit.
    Via de planningmodus van je duikcomputer kan je voor de duik opzoeken welke decompressiestop er gemaakt moeten worden voor de geplande duik.
    Indien je geen decompressiestops moet maken kan je als extra veiligheid steeds een veiligheidstrap maken op 5m gedurende 5min.
  9. Maximum duikduur:
    Bepaal aan de hand van de beoogde bodemtijd en decompressiefase de totale duikduur. Deze mag niet overschreden worden. Wel kan deze ingekort worden in functie van de omstandigheden. Bespreek in welke gevallen je de duikduur inkort en de duik zal beëindigen. Enkele voorbeelden hiervan: wanneer de reserveluchtvoorraad wordt bereikt, wanneer je geplande decompressiestops bereikt worden, …
  10. Benodigde lucht:
    Tijdens de lessen fysica heb je geleerd hoe je je luchtverbruik kan berekenen en dus ook hoeveel lucht je nodig zal hebben om een geplande duik uit te voeren. Reken dit steeds uit zodat je niet voor onaangename verrassingen komt te staan onder water. Als je je eigen GOV (gemiddeld oppervlakte verbruik) niet kent dan neem je hiervoor 20 barl/min.
    Eens je de benodigde lucht hebt berekend kan je nagaan als je met de beschikbare duikflessen de geplande duik kan uitvoeren.
  11. Back up:
    Hoewel we tegenwoordig allemaal met een duikcomputer duiken is dit apparaat niet onfeilbaar. Electronica durft als een te haperen, batterijen lopen leeg, … Daarom moet in elke duikploeg een adequaat en compatibel backup middel beschikbaar zijn.
    Bekijk voor de duik welke back up je zal gebruiken en neemt dit op in je briefing.
  12. Einde duik:
    Je bepaalt zorgvuldig hoe lang je duik precies gaat duren en je laat dit ook best weten aan de oppervlaktebeveiliging. Zo weet iedereen tegen wanneer ze je terug boven water mogen verwachten.